veelvoorkomende tennisblessures
Hieronder de klachten die bij tennissers regelmatig terugkomen, met de ondersteuning die daarbij wordt gebruikt. Weet u niet zeker wat u heeft? Laat dat vaststellen door een zorgverlener, of kijk bij blessures per lichaamsdeel.
tenniselleboog
De tenniselleboog dankt zijn naam aan deze sport, al krijgen ook niet-tennissers hem. In vaktermen heet de klacht laterale epicondylitis: de aanhechting van de polsstrekkers aan de buitenzijde van de elleboog is overbelast geraakt.
De pijn zit daar dan ook: aan de buitenkant van de elleboog. Hij speelt op bij het vastpakken van het racket, bij backhands, en vaak ook buiten de baan, bijvoorbeeld bij het optillen van een pan of het omdraaien van een sleutel. Soms straalt hij uit naar de onderarm, en sommige mensen worden er ’s nachts wakker van. Zit de pijn juist aan de binnenzijde, dan gaat het eerder om een golferselleboog. Welke van de twee het is, kan alleen een zorgverlener vaststellen.
Bij deze klacht worden twee dingen gebruikt: een band met een drukkussen, ook wel pelotte genoemd, die net onder de pijnlijke aanhechting gerichte druk geeft, of een bredere elleboogbrace die het hele gewricht ondersteunt. Welke van de twee past, leest u verderop. Uitgebreide achtergrond staat op de pagina over de tenniselleboog, en meer klachten aan dit gewricht vindt u bij elleboogblessures.
schouderklachten
De service en de smash vragen het meest van uw schouder: de arm gaat ver naar achteren, komt boven het hoofd en versnelt dan met kracht. Bij herhaling kan de ruimte onder het schouderdak nauw gaan aanvoelen, wat pijn geeft bij het heffen van de arm boven schouderhoogte. Daarbij wordt gesproken van inklemming, ook wel het subacromiaal pijnsyndroom genoemd.
U merkt het meestal als pijn bij het opslaan, bij het aantrekken van een jas, of ’s nachts als u op die schouder ligt. Een schouderbrace geeft steun en begrenst de uiterste standen. Daarnaast telt hier vooral wat u niet met een brace oplost: kracht rond het schouderblad en een goede slagtechniek. Zie ook peesontsteking in de schouder, slijmbeursontsteking en het overzicht schouderblessures.
pols- en enkelblessures
Slaat u veel vanuit de pols in plaats van vanuit schouder en romp, dan komt daar veel belasting terecht. Klachten uiten zich als pijn bij het doorbuigen of draaien van de pols, of als een gevoelige onderarm. Een polsbrace begrenst het doorbuigen zonder uw slag te blokkeren, en houdt de pols in een stabielere stand. Zie ook polsblessures.
De enkel is kwetsbaar bij het uitstappen naar een korte bal en bij het remmen na een sprint, zeker op gravel. Klapt de voet naar binnen, dan rekken de banden aan de buitenzijde op. Bij lichte klachten wordt meestal een elastische enkelbrace met compressie gebruikt; bij terugkerende verzwikkingen geeft een semi-rigide model meer houvast. Meer hierover bij enkelblessures. Merkt u de belasting vooral in de knie, bijvoorbeeld bij het diep gaan voor een bal, kijk dan bij de kniebraces.