waarom een brace bij turnen?
De belasting komt uit drie hoeken. Bij een landing vangen enkel en knie in een fractie van een seconde de klap op, soms vanaf hoogte en niet altijd precies goed. Bij steunmomenten staat u letterlijk op uw handen: de pols doet dan het werk dat normaal bij uw benen ligt, en bovendien in een achterovergebogen stand. En bij strekbewegingen, zoals een boogje of een flikflak, komt er veel op de onderrug samen.
Daar komt hypermobiliteit bij. Veel turners bewegen van nature soepeler dan gemiddeld, en dat is in deze sport een voordeel: het maakt standen mogelijk die anderen niet halen. De keerzijde is dat soepele gewrichten minder houvast hebben aan hun eigen banden, waardoor ze eerder buiten hun veilige bereik komen.
Een brace grijpt daarop in. Hij begrenst de beweging in de richting waarin het gewricht kwetsbaar is en geeft compressie en steun. Veel turners ervaren daardoor meer houvast bij landen of steunen. Wat een brace niet doet, is de belasting wegnemen: trainingsopbouw, techniek en kracht blijven minstens zo belangrijk. Meer over de typen leest u op de sportbrace-pagina.
veelvoorkomende turnblessures
Hieronder de klachten die bij turnen regelmatig terugkomen, met de ondersteuning die daarbij wordt gebruikt. Weet u niet zeker wat u heeft? Laat dat vaststellen door een zorgverlener, of kijk bij blessures per lichaamsdeel.
enkel- en voetblessures
De enkel gaat meestal om bij een landing die net naast de mat of net scheef uitkomt. De voet klapt dan naar binnen en de banden aan de buitenzijde rekken op of scheuren in, in vaktermen een inversietrauma. Daarna voelt de enkel vaak nog een tijd onzeker, juist bij de landingen die deze sport vraagt.
Bij het hervatten van de training wordt vaak een enkelbrace gebruikt: bij lichte klachten een elastisch model met compressie, bij terugkerende verzwikkingen een steviger model. Is uw enkel van zichzelf erg soepel, kijk dan ook bij enkelhypermobiliteit. Daarnaast raakt de achillespees bij het vele afzetten weleens geïrriteerd; daarover leest u meer bij achillespeesklachten en enkelblessures.
polsklachten en de turnpols
De pols is bij turnen het gewricht dat het meest ongebruikelijke werk doet. Bij een handstand, een radslag of een flikflak draagt hij het gewicht van uw hele lichaam, terwijl hij ver achterover staat. Klachten zitten dan meestal aan de bovenzijde van de pols en spelen op bij precies die steunmomenten.
Bij volwassen turners wordt daarbij vaak een polsbrace gebruikt, die het doorbuigen begrenst zonder de hand vast te zetten; bij steviger letsel een polsspalk. Voelt de pols vooral onzeker aan, kijk dan ook bij polsinstabiliteit en polsblessures.
Bij jonge turners ligt dit anders. De term turnpols wordt gebruikt voor polsklachten die bij groeiende turners ontstaan door de herhaalde belasting van de achterovergebogen pols. Bij kinderen en jongeren zit vlak bij het polsgewricht een groeischijf, en die is gevoeliger voor herhaalde belasting dan het bot eromheen. Houden de klachten aan, dan hoort daar een beoordeling door een sportarts, huisarts of fysiotherapeut bij. Een brace is dan niet het eerste antwoord: eerst weten wat er speelt, daarna pas kiezen of en welke ondersteuning passend is. Zie ook de sectie hieronder.
knie- en rugblessures
De knie krijgt het te verduren bij landingen, vooral als die niet recht uitkomen. Er kan letsel ontstaan aan banden, meniscus of kraakbeen, en er komen klachten rond de knieschijf voor. Afhankelijk van de klacht wordt een kniebrace met compressie of een patellabrace met gerichte druk gebruikt; bij een soepele knie kijkt u ook bij kniehypermobiliteit. Meer bij knieblessures.
De onderrug krijgt een piek bij strekbewegingen en landingen. Klachten uiten zich als een zeurende lage rug na de training, soms met stijfheid de volgende ochtend. Een rugbrace kan de onderrug tijdens belasting steunen. Let op: aanhoudende lage rugpijn bij een jonge turner is een reden om naar een arts te gaan en niet om zelf door te trainen met een brace. Zie ook chronische rugpijn en rugblessures.
Bij steunen en zwaaien kan ook de elleboog overbelast raken; daarvoor kijkt u bij de elleboogbraces. Voor hand- en vingerklachten is er het handbrace-assortiment.